Vergoeding Gehoorapparaten

30jul - door Frits Boulangé - 0 - Over

Hoortoestellen komen in aanmerking voor (gedeeltelijke) vergoeding als uw gehoorverlies meer dan 35 dB bedraagt en/of u last heeft van ernstige tinnitus.

Uw eerste aanspreekpunt voor vergoedingen is uw zorgverzekeraar (basis- en aanvullende zorgverzekering). Daarnaast kunt u mogelijk in aanmerking komen een vergoeding van de gemeente (WMO). Alleen blijkt dit in de praktijk erg lastig. Ook is het eventueel mogelijk om kosten op te voeren als buitengewone uitgaven bij uw belastingen. Komt u hier niet uit? er is een Zorg – Keuzehulp die u kunt gebruiken om uw keuze te maken.

Vergoeding van gehoorapparaten valt onder de basisverzekering.
Om voor een hoortoestel in aanmerking te komen geldt dat uw gehoorverlies (gemiddelde van de metingen bij 1000, 2000 en 4000 Hz) 35 dB of meer moet zijn en/of dat u last heeft van ernstige tinnitus. Ook bijzondere individuele zorgvragen kunnen als indicatie gelden, zoals kinderen met een taal-, spraakprobleem.

Let op: vanaf 2013 komt u ook voor vergoeding in aanmerking als u aan één oor een gehoorverlies van 35 dB of meer heeft.

Voor kinderen tot 18 jaar geldt een medische indicatie (schriftelijke toelichting van het audiologisch centrum) als voorwaarde voor vergoeding. Personen tussen de 18 en 67 jaar moeten bij de eerste keer dat zij een hoorhulpmiddel aanschaffen een bewijs hebben van de behandelend kno-arts en/of audioloog. Personen van 68 jaar een ouder mogen rechstreeks naar een StAr-audicien die bevoegd is u op drie punten te testen: medisch, psychosociaal en audiologisch.

Let op! Ook al hebben zorgverzekeraars afgesproken zich allemaal aan deze richtlijn (veldnorm) te houden, toch wijken sommige verzekeraars hier vanaf. De ene verzekeraar (o.a. aangesloten bij de Achmea-groep) staat toe dat iedereen vanaf 18 (of zelfs 16 jaar) rechtstreeks naar een bevoegd audicien gaan. Andere verzekeraars (o.a. aangesloten bij de VGZ-groep) eisen dat iedereen met  een complexer gehoorverlies, functionerend in complexe luistersituaties of met aanvullende hooraandoeningen (vallend in de patiëntencategorie 4 en 5, zie hieronder bij protocol) naar een audiologisch centrum gaat. Weer een andere verzekeraar (o.a. aangesloten bij de CZ-groep) wil dat iedereen eerst langs een kno-arts en/of audioloog gaat. Raadpleeg dus uw eigen verzekeraar.

Hoorhulpmiddelen en dus ook hoortoestellen worden vanaf 2013 verstrekt op basis van ‘functiegerichte aanspraak’. Dat wil zeggen dat u die hoorhulpmiddelen moet krijgen waarmee u goed kunt functioneren. Complex waar dat nodig is en simpel waar dat mogelijk is.
U wordt volgens een protocol ingedeeld in één van de 5 patiëntcategorieën: categorie 1 is relatief eenvoudig, categorie 5 is het meest complex.

Hoe werkt het protocol?
Stap A: er wordt gemeten hoe uw gehoor er voor staat (medische check en audiologische metingen).
Stap B: er wordt met een speciale vragenlijst in kaart gebracht welke beperkingen u ervaart in het horen en verstaan en wat de belangrijke situaties zijn waar verbetering moet komen (luistersituaties).
Stap A en B moeten uitwijzen of u een eenvoudige of een complexe ‘zorgvraag’ hebt ofwel in welke categorie u valt.

Stap C: er wordt gezocht naar de passende ‘hooroplossing’. Hoortoestellen zijn ingedeeld in eenzelfde vijf-groepen-indeling van eenvoudig naar complex. Valt u bijvoorbeeld in categorie 2, dan kiest u samen met uw audicien een hooroplossing uit bijbehorende toestelcategorie 2. U moet uit minimaal 2 of 3 merken per categorie kunnen kiezen.
Wilt u een toestel uit een hogere categorie, dan komt u niet meer voor vergoeding in aanmerking.
Wilt u een toestel uit een lagere categorie aanschaffen om zo een lagere 25% eigen bijdrage te krijgen, dan heeft dit niet de voorkeur van de verzekeraars en evenmin van de audiciens en zal dit moeten worden vastgelegd in uw zorgdossier.
Wilt u accessoires aanschaffen zoals een afstandsbediening, dan kunt u hiervoor bijbetalen (soms worden deze ook vergoed vanuit de aanvullende verzekering).

Minima
Moet u rondkomen van een een minimum inkomen, dan kunt u naast bovengenoemde vergoedingen, regelingen en toeslagen ook nog een beroep doen op uw gemeente voor bijzondere bijstand of in een uiterste geval een beroep doen op particuliere fondsen.

bron: www.hoorwijzer.nl